De Boodschap
Pass the Ball
Na even wat research blijkt dat er de afgelopen zeven Piers Voice maar één dame zich heeft gepresenteerd. Marjolein Bos als toenmalige penningmeester heeft zich in januari 2005 voorgesteld. Nu, een jaar later, ben ik penningmeester en ben ik aan de beurt om mijn verhaal te schrijven.
Eigenlijk was het helemaal niet slim van Sjoerd van den Bosch (hint, hint) om mij te laten schrijven. Immers ik ben een open boek, klets redelijk veel en graag (vooral over mijzelf en mijn zoontje Douwe) dus veel nieuws is er niet te melden. Wanneer ik mijn geschiedenis moet gaan beschrijven ben ik nog even bezig. Immers van de dames draai ik qua leeftijd het langste mee. Overigens is Sjoerd van den Bosch wel bezig dit jaar. Eerder had hij me al gestrikt voor de wedstrijdverslagen van de dames voor Mercurius Radio. Deze klus heb ik echter weer doorgegeven aan Lea en ik denk eraan om ook de Ball aan haar over te passen maar laat ik niet vooruit lopen op het eind van het stukje. Wat schrijf je dan nog op in Pass the Ball?
1. Hoe ik in Fryslân (Leeuwarden en Hurdegaryp) verzeilt kwam? Tja, hoe kom je in Leeuwarden verzeilt. Laten we voorop stellen dat ik hier niet vandaan kom. Oorspronkelijk ben ik geboren en getogen in de Meije (gemeente Woerden, provincie Utrecht (maar aan de andere kant van de sloot provincie Zuid-Holland)). Een boeren gehucht (100 mensen) in het Groene Hart van de Randstad. Als ambitieus typetje, wilde ik graag naar de Hogere Hotelschool. Deze opleiding is in drie steden te vinden, Den Haag, Maastricht en Leeuwarden. De toelatingseisen waren in 1992 erg streng. Hierdoor viel ik in Den Haag af. Maastricht en Leeuwarden wilde me wel hebben. Ik koos voor Leeuwarden omdat ik daar niet verplicht was om op de campus, in een kamer van 2 bij 4 meter, samen met nog iemand te leven. Wel werd ik lid van de studentenvereniging Io Vivat (ja, wist ik toen veel wat voor ballenclub dat was). Zo zetelde ik me in augustus 1992 dus in Leeuwarden in de Arendstraat. De Harmonie moest nog gebouwd worden, zodat ik rechtreeks uitzicht had op de toegangsdeur van The Rock-It (daarna Darby & Jones en nu weer Rock-It). Een prima uitvalsbasis om mij regelmatig in het uitgaansleven te storten. Niks is minder waar, ik kreeg al gauw ziekte van Pfeiffer. Een ziekte waar menig student niet onder uit komt (Annemarie weet er alles van). Een schooljaar verder ging het beter. De studentenvereniging stond op een laag pitje, had nog net niet het lef om mijn lidmaatschap op te zeggen. Ik besloot om de algemene introductie van de eerstejaars te organiseren. Dat heette toen STIEL, nu is er niets meer volgens mij. STIEL bestond uit een tiental studenten van alle drie de hogescholen die 1,5 dag een gezellig programma voor 1e jaars studenten organiseren. STIEL vergaderde boven studentenvereniging Wolwęze. Ja, dezelfde club waar Sjoerd van den Bosch kwam met zijn buitenlandse studenten. Tja, en bij Wolwęze is het gebeurd. In 1993 ontmoette ik daar een zeer leuke, roodharige, stille maar lieve Fries. En daarom ben ik nog steeds in Friesland en wil ik nooit meer weg. Dit is dus een veel te lang verhaal wat niemand gaat lezen.
Of 2. Hoe ik ben gaan rugby-en? Hiervoor moet ik zelf ook altijd weer nadenken want ja, het geheugen begint redelijk af te takelen. Het is zomer 1992. Mijn zus komt op het bewuste STIEL-feest met optreden van Tatjana (jawel). Ik bezoek haar die zomer veel en ga veel met haar en haar vriend stappen. Haar toemalige vriend speelt bij De Haagse Rugbyclub en traint de Haagse studenten; een gemengde groep heren en dames die recreatief aan het rugbyen waren. Menig bezoek aan haar eindigde op het strand met deze Haagse rugbystudenten. Mijn eerst contact met de rugbysport. Weliswaar Beach maar toch. In de winter van 1992/1993 ben ik ongeveer alle rugbyfeesten afgeweest die er maar waren met de Haagse Rugbyclub. Ook heb ik toen mijn eerste zoemba’s aanschouwd. We maken een sprongetje in de tijd. In 1996 besluit ik dat ik toch graag terug wilde naar het westen (dat ik nooit meer weg wilde uit Friesland kwam later pas, kan ik ook niet helpen). Ik accepteerde een baan als Intercedente bij ASA Studentenuitzendbureau te Rotterdam. Om mezelf niet op kosten te jagen, bivakkeerde ik eerst bij mij zus in Den Haag. Inmiddels was zij door haar vriend helemaal rugbyfanaat en speelde ze bij de dames van de Bassets te Sassenheim. En ik kon elke woensdagavond mee trainen. Daar heb ik dus met weer en wind mijn eerste veldtrainingen gehad. Mijn eerste en enige toernooi was echter weer een beachtournooi. Ergens in een gymzaal, heb ik mijn eerste bitje moeten happen. Tjonge, wat was dat water en dus dat bitje heet. Maar ja, je bent een bikkel of niet. Tja, en toen was het gedaan. Ik wilde al gauw weer terug naar het Noorden omdat mijn vriend niet naar het Westen wilde en ben toen voor mijn werk overgeplaatst naar Groningen. Ik had het druk en in Leeuwarden was geen rugby. Ik begon aan een tweede studententijd (HBO Personeel & Arbeid verkort) en werd voorzitter van de studentenvereniging Wolwęze. Na mijn voorzitterschap heb ik altijd geroepen, mijn volgende stap is het opzetten van een rugbyclub voor dames. Want een ding was zeker: het rugbyvirus had mij voorgoed in zijn macht. Echter… ik werd zwanger. Toen ik na mijn zwangerschap mijn volgende stap wilde zetten bleek die al gedaan te zijn. Er was zo waar damesrugby in Leeuwarden! Ik was dol enthousiast, mailde meteen met Roeland en zo is het gekomen… Dat was een iets korter verhaal, maar wel wat saaier.
Terug naar de vraag wat schrijf je dan in Pass the Ball? NIKS! Ik heb besloten om gewoon te laten zien hoe gek ik ben! (excuses voor het ontbreken van de foto)
Dit was dan mijn pass the ball. Ik wens iedereen een goed rugbyjaar 2006 toe. En de volgende gelukkige is niet Lea. Ook al heeft ze nog wel tijd, gezien dat zij nog moet herstellen van haar knieblessure. Maar Lea ik spaar je zodat je mogelijk weer sneller op het veld staat. Ik pass the ball naar Marc van de Ven. En ja, Marc ik weet dat ik je vriendin niet kan overhalen te gaan rugby-en.